De kleine volwassene

Wanneer we het over doseren bij kinderen hebben, dan zeggen we altijd ‘een kind is geen kleine volwassene’. We bedoelen daarmee dat je niet simpelweg op basis van lichaamsgewicht een fractie van de volwassen dosis kan geven. De farmacokinetiek op jonge leeftijd is namelijk complexer dan dat. Zaken als de activiteit van leverenzymen en daarmee het metabolisme, de nierfunctie en de water-vetverhouding spelen een rol bij het bepalen van de daadwerkelijke dosis. Deze kan daarmee hoger of lager uitvallen dan een simpele fractie op basis van het lichaamsgewicht op zou leveren. 

Wat geldt voor de dosering van geneesmiddelen, geldt net zo sterk voor de overdracht van geneesmiddelen. Natuurlijk kunnen we de algemene volwassen protocollen toepassen bij de medicatie overdracht bij kinderen. Maar de zaken liggen toch iets complexer. Vanzelfsprekend is het gesprek met de patiënt zelf in het algemeen niet mogelijk en zal dit gesprek plaats moeten vinden met de ouders. Maar wat als die ouders gescheiden zijn en de ene ouder geeft andere informatie dan de andere ouder? Betekent dat ook dat het kind de medicatie op weekendverlof bij moeder anders inneemt dan door de week bij vader? Het zou zo maar kunnen.

Een tweede punt is het gebruik van dranken dat bij kinderen zeer gebruikelijk is. Er bestaat een groot risico op schade, indien de sterkte van die dranken verkeerd overgedragen wordt. Zeker als de dosering in milliliter in plaats van milligram wordt aangeduid. Zo bestaat er van valproïnezuur een drank met een sterkte van 40 mg/ml maar ook een ‘vloeistof voor kinderen’ met een sterkte van 300 mg/ml. Als niet duidelijk is welke sterkte in gebruik is en wel wordt overgedragen dat het kind 2x daags 2 ml gebruikt, dan ligt een ruim zevenvoudige overdosering op de loer. 

Het gebruik van geneesmiddelen is bij kinderen bovendien vaak off label, zodat de juiste dosering minder bekend is. Dit maakt de kans op fouten bij overdracht ook groter, want een gemaakte fout zal minder snel herkend en hersteld worden. Een andere risicofactor voor het optreden van overdrachtsfouten is het gebruik van inhalatiepreparaten. Astma is een van de meest voorkomende aandoeningen op kinderleeftijd en voor de behandeling bestaan vele typen inhalatoren. Bij overdracht daarvan, sneuvelen vaak de exacte details van het type inhalator. Hierdoor kunnen snel problemen ontstaan.

Tenslotte dient ook het gebruik van het geneesmiddel goed overgedragen te worden, en ook hier kan het dus misgaan. Recent meldde de CMR in haar nieuwsbrief dat het gebruik van pipamperon druppels bij een zesjarige jongen tot een intoxicatie leidde. Dit was veroorzaakt doordat hij gedurende langere tijd 5 ‘stralen’ in plaats van 5 druppels pipamperon had gebruikt. De CMR beveelt aan om goed na te gaan of patiënten (of hun ouder(s)) in staat zijn om pipamperon druppels op de juiste wijze te gebruiken. Bij ontslag uit het ziekenhuis dient dit plaats te vinden bij de medicatie overdracht. 

We kunnen dus voor de overdracht een kind zeker niet beschouwen als een kleine volwassene. Eerder vormt de overdracht van medicatie bij kinderen een extra uitdaging met bijhorende extra risico’s die onze extra aandacht verdienen. Extra voor het kind.

Geschreven door:
Prof. Dr. P.M.L.A (Patricia) van den Bemt
Ziekenhuisapotheker- klinische farmacoloog/ Hoogleraar Medicatieveiligheid
Ziekenhuisapotheek
Onderwijs, Onderzoek en Opleiding